KIRSTEN VAN DER KOLK
Columns 2010

The day after

zondag 9 januari 2011

Terwijl ik nog in bed lig, voel ik de stijfheid in mijn lichaam al. Ik draai mij nog even om. Pas als ik opsta, zal ik weten wat de werkelijke schade is van mijn eerste training in de acht.

In december hoorde ik van Marit voor het eerst van het plan om met alle lichte dames in een acht de Heineken Roeivierkamp en de Head of the River te gaan starten. Een bijzonder initiatief, omdat in 2003 het lichte damesroeien een zachte dood is gestorven toen voor het laatst de lichte-dames twee-zonder op een wereldkampioenschap werd uitgeschreven. Zonder Olympisch perspectief had deze categorie geen kans op overleven. Lichte dames roeien staat tegenwoordig gelijk aan scullen. Toen ik gister in mijn auto stapte op weg naar de training, moest ik dan ook even diep nadenken wanneer ik voor het laatst in een acht geroeid had. In 2008 hebben we onszelf geen uitstapjes veroorloofd, na 2008 was er een tweede kleine meid in aantocht. Mijn laatste Heineken- en Head (en dus boordroei-)ervaring in een acht stamt dus uit 2007. Toch alweer vier jaar geleden. In het najaar ben ik met Rhea weer in de dubbel gestart. Erg vertrouwd dat scullen. Maar boordroeien…Hoe voelde dat ook alweer? En dat terwijl ik eerder kon boordroeien dan scullen! Met lichte kriebels in mijn buik rij ik naar Nereus. Recht naar voren en dan bochtje om naar links. Ik ben een overtuigd stuurboorder. Lang geleden heeft een coach mij even op bakboord geprobeerd, maar snel weer teruggezet naar stuurboord. Met twee handen één riem plaatsen is wel zo overzichtelijk. Buitenhand hangen, binnenhand draaien en sturen. Ja, zo moet het. Het is net als met fietsen. Dat verleer je nooit. Bovendien heb ik zelf altijd hard geroepen dat boordroeien veel makkelijker is dan boordroeien. Met rammen kom je een heel eind.

Op Nereus is het een drukte van jewelste. Het vlot ligt vol schoenen en voor elke loodsdeur staat een groepje roeiers. Achten komen aan en varen weg, af en toe een eenzaam skiffje. Onze acht blijkt stuurboord opgeriggerd. Dat betekent dat ik nu eens niet áchter Marit zit, maar ervoor. Op slag. Het ergste vind ik het moment dat we wegvaren en (voor je gevoel) heel Nereus staat te kijken hoe we roeien. Gelukkig vaart het, ondanks de wind, heel makkelijk weg. De omstandigheden zijn op zijn zachts gezegd uitdagend te noemen met een snoeiharde wind. Maar het gaat heel aardig. Ik voel de blaren groeien onderweg. In Ouderkerk neem ik de schade op. Van Marit krijg ik een van haar handschoentjes voor mijn binnenhand, de pijnlijkste. Geheid waren een aantal blaren geknapt en nog eens nieuwe ontstaan. Op de terugweg hoor ik Marit opeens een opzetje van 3+20 voorstellen. Dat doet mij even terugdenken aan een opwelling met Rhea in de dubbel, waar mijn maag toen niet erg blij mee was. Uiteindelijk doen we drie opzetjes, inclusief de laatste voor Nereus. Ditmaal zijn de vlotten verlaten. In alle rust kunnen we onze boot weer aanleggen. De eerste training is te einde. Ik heb het overleefd en al zeg ik het zelf: ik vond dat ik het best aardig deed. Eindresultaat: binnenhand (links) 5 (dichte) blaren, 1 open, buitenhand (rechts) 2 (dichte) blaren, 1 open, waar het vocht tot 's avonds laat uit bleef lopen.

Tijd om op te staan. De spierpijn valt gelukkig mee. Slechts wat stijfheid. Mijn lichaam moet duidelijk weer even wennen aan het boordroeien. Mijn handen zijn gevoelig. In de loop van deze week zullen de blaren indrogen en eelt vormen. Als ze niet al eerder gesprongen zijn.

Wordt vervolgd……

Laatste stukje van 2010

donderdag 30 december 2010

Nu de kerst toch echt voorbij is en het Nieuwjaar wel heel snel nadert, mogen de sinterklaasgedichtjes nu echt wel verdwijnen. Dat kon eigenlijk een week geleden al niet meer. De hoogste tijd dus om weer wat nieuws het net op te slingeren. Het lijkt wel of de decemermaand met kinderen nog sneller voorbij gaat dan zonder kinderen. We vliegen van evenement naar evenement en ouders worden voortdurend op school verwacht om óf de klas te versieren óf de versieringen weer weg te halen en de volgende versiering op te hangen. Het wordt tijd voor een rustige januarimaand. In ieder geval voor de kinderen, want ik zag alweer verschillende nieuwjaarsrecepties voorbij komen.....Maandag keert in ieder geval de structuur en de routine terug als ik weer op mijn fiets naar de JCU (HvA) rijd. Twee weken kerstvakantie zijn dan alweer voorbij. Hoewel, parttime kerstvakantie. Dat komt ervan als je parttime zelfstandig ondernemer bent. Dat gaat natuurlijk gewoon door. Maar stiekem mis ik mijn fietstochtjes. Ik vind het wel weer lekker om weer op mijn fietsje te stappen. Een uurtje lekker je gedachten laten gaan. Elke keer is het weer een verrassing welke kant ze op gaan. Soms fantasien over de toekomst, soms terugblikken op het verleden. In ieder geval ben ik heel blij met de dooi die vandaag goed heeft doorgezet. Dan kan ik tenminste zorgeloos op de fiets stappen. Wat er nu nog op straat ligt is een zielige restje winter. Het verdient het woord sneeuw niet meer en voor ijs is het weer te veel pap. Hier is geen sneeuwpret meer aan te beleven. Op zich mag er best nieuwe sneeuw komen, maar dan wel eerst die ouwe troep weg. Met een schone lei beginnen. Lekker verse sneeuw. Sneeuwballen gooien en sleetje rijden. Een vredige witte wereld. Die sneeuw geeft de winter een extra dimensie. Extra lange files, falende treinen, gebrek aan strooizout. Er gebeurt nog eens wat! Dat er voor mij niet meer te fietsen valt, neem ik op de koop toe. Je went overal aan. Fietsen door de sneeuw en op ijs is een specialisme apart. Oefening baart kunst. En de afgelopen jaren hebben we gewoon niet zo veel kunnen oefenen (vorig jaar dan wel, maar toen had ik zwangerschapsverlof). Dat zie je terug in alle valpartijen. Dat zal vanzelf wel minder worden. Maar zonder sneeuw gaat het wel een stukje sneller, ook wel weer zo lekker! Vol spanning zal ik de weersverwachting voor de komende dagen in de gaten houden.

 

WK Roeien in Nieuw Zeeland

vrijdag 5 november 2010

Deze week ben ik ondergedompeld in het WK roeien. Ik eet, drink, denk, slaap en droom alleen maar over roeien. Elke dag mocht ik deze week een artikel(tje) voor het Parool schrijven over het WK Roeien. De aftrap was afgelopen zaterdag met een groot interview met Josy Verdonkschot. Jawel, mijn oude coach. Deze week heb ik elke dag kleine achtergrond verhaaltjes, gerelateerd aan de races, geschreven. Elke keer een andere ploeg en een andere insteek. Het borrelde van de ideeën. Mijn laatste artikel is net verzonden. (Voor de geinteresseerden, ze staan op de 'schrijven' pagina.) Het artikel voor de krant van maandag zal een heel andere insteek hebben. Met twaalf uur tijdsverschil is het voortdurend rekenen en plannen wie ik wanneer voor welk stuk kon spreken. Ik ben teammanager Nienke van de roeibond dan ook erg dankbaar. Zij zorgde meestal dat de desbetreffende persoon op zijn of haar hotelkamer klaar zat om mij te woord te staan. Ik ben doorverbonden met de kamers 317, 212, 619 en 621. De combinatie met de Eurosport uitzendingen maakten het deze week pittig en dat kwam vooral door het gebrek aan nachtrust. Twee nachten achter elkaar heb ik tot half twee commentaar gegeven. De eerste nacht moest ik bij thuiskomst zelfs nog mijn stukje schrijven voor ik kon gaan slapen om zeker te weten dat ik de deadline zou halen. De nachtelijke uitzendingen zijn gelukkig voorbij. Zaterdag en zondag zijn de uitzendingen vertraagd live en geef ik samen met Coen Eggenkamp commentaar op de laatste twee finaledagen. En als ik zondagavond mijn Paroolartikel heb ingestuurd, is ook voor mij de WK echt voorbij. Dat zal weer afkicken worden.

 

Topsportteam 2028, NVOD, WK Turnen en Het Parool/ Eurosport

Zondag 17 oktober 2010

Afgelopen week stond bol van de activiteiten. En dan laat ik mijn vaste activiteiten buiten beschouwing (o.a. mijn werk bij de Johan Cruyff University en mijn gezinnetje). Dinsdagavond kwam het topsportteam 2028 voor de tweede keer bij elkaar. De aftrap en kennismaking was reeds achter de rug, dus we konden en kunnen met volle kracht vooruit. Voor ons ieder is, op basis van de acht ambities uit het Olympisch Plan, een persoonlijk plan opgesteld. Daarin kijken we hoe we op basis van onze eigen activiteiten een bijdrage kunnen leveren aan het Olympisch Plan. Ik ben bijvoorbeeld betrokken geweest bij het binnenhalen van het wk roeien 2014 (lobbyen en presentatie van het bid voor de council van de FISA). Verder schrijf ik voor Topsport Amsterdam Magazin elke editie een artikel over het Olympisch Plan in relatie tot Amsterdam en geef ik presentaties voor het Olympisch Vuur over het Olympisch Plan. Om maar wat dingetjes te noemen. Afgelopen zaterdag kon ik dat tijdens de ALV van de Nederlandse Vereniging Olympische Deelnemers meteen ten uitvoer brengen. Ik was gevraagd kort een update te geven van de stand van zaken rondom het Olympisch Plan. De tijd voor de vergadering was krap en de update was daarom kort, maar hopelijk krachtig. Ik kon mooi meteen wat vertellen over de nieuwste ontwikkelingen binnen het Topsportteam. De vergadering van de NVOD vond plaat in Ahoy, waar de WK Turnen net begonnen was. Na de vergadering konden we dus doorstromen naar de tribunes om van nog wat turnoptredens te genieten. Ik was positief verrast over de hoeveelheid mensen op de tribunes. Maar het is natuurlijk ook wel bijzonder: een WK in eigen land. De topatleten van het turnen uit de hele wereld in Nederland. Stiekem was ik blij dat ik mijn oudste dochter niet bij mij had. Die zou helemaal opgewonden zijn geworden van alleen al de glitter&glamour turnpakjes die ze verkochten! Ik ben even in de verleiding geweest om er één voor haar mee te nemen, maar bij haar balletles mogen ze toch alleen maar roze aan....Morgen hoop ik de Nederlandse turners in actie te mogen zien als we voor Sporttop bij elkaar komen.

En dan Het Parool: De eerste week van November vindt de WK roeien in Nieuw Zeeland plaats. Zaterdag 29 oktober zal er een interview met Josy Verdonkschot verschijnen en gedurende de week mag ik elke dag een kort stukje over het WK schrijven. Veel aandacht voor roeien dus! Daarnaast mag ik driemaal (woensdagnacht en de finales: zaterdag en zondag) naast Coen Eggenkamp bij Eurosport aanschuiven als co-commentator. Geweldig om na Luzern en de EK roeien nu ook het WK te mogen becommentariëren!

 

De nieuwe Helden is uit!

dinsdag 12 oktober

Ha, en zo zie je dat sommig oud nieuws vanzelf weer actueel is. Sinds 15 september ligt Helden 6 in de winkel. Dit keer heb ik naast mijn rubrieken 'stopsporter' en 'eetatleten' ook drie powervrouwen mogen interviewen:ex-Australisch hockeyster Alyson Annan, bokster Esther Schouten en ex-roeister Marit van Eupen.

Afgelopen zaterdag vond op Nereus de overdrachts-ALV plaats. Vanuit het bestuur kreeg ik de uitnodiging hierbij aanwezig te zijn, omdat er een boot gedoopt zou worden (lichte dames skiff). Traditioneel wordt de boot naar een nereid vernoemd. Ditmaal viel mij de eer te beurt. Daaraan voorafgaand had het bestuur Ruud Stokvis, mijn coach in 1998 toen ik nog met Marit in de twee zonder roeide, gevraagd om een rede te houden. Heel bijzonder om iemand anders over mij en (het prille begin van) mijn roeicarriere te horen vertellen. Vervolgens mocht ik de boot dopen en hieven we het Nereus-lied aan. Vanaf nu vaart er dus ook een bootje rond met mijn naam erop. Stoer! Nereus heeft een aantal (en dan ben ik nog te bescheiden) mooie tradities (en dan druk ik mij nog te voorzichtig uit). Als nieuwe roeier op Nereus ontkom je er niet aan de overwinningslijsten, die elke cm muur van het gebouw bedekken, te bewonderen. Wat wilde ik daar ook graag op staan. Dat is mij uiteindelijk veelvuldig gelukt. Daarnaast leek het mij toch ook wel wat dat er ooit een boot zou rondvaren met mijn naam erop. Dan had je namelijk echt wat gepresteerd! Dat het nog eens zo ver zou komen, had ik toen niet durven dromen. Nu is het zover.

Hierbij de brief die ik van het bestuur van Nereus ontving

Te Laat

zondag 16 mei 2010

Net te laat stap ik op mijn fiets. Ik zet meteen aan. Ik heb echt haast, want ik heb een afspraak bij de dokter en dan kan ik niet fashionably late arriveren. Bovendien heb ik een hekel aan te laat komen. Maar het overkomt mij de laatste tijd té vaak. Ik plan mijn afspraken echt altijd met de nodige marge achter elkaar, maar soms verreken ik mij. Of ik raak zodanig in gesprek dat de afspraak te ver uitloopt. Ik weet alleen niet wat erger is: gehaast vertrekken of gehaast aankomen. De kunst is om op een subtiele manier op je horloge te kijken (om er dan achter te komen dat je 5 minuten geleden al vertrokken had moeten zijn), netjes het gesprek af te ronden, om de hoek naar je fiets te rennen, erop te springen en als een dolle trappen om vervolgens vlak voor je volgende afspraak af te remmen om je ademhaling op tijd weer op gespreksniveau te hebben. Niemand die iets merkt. Slechts een natte rug als stille getuige. Zover ben ik dit keer niet gekomen. Ik heb écht haast. Met mijn roze jasje en hakjes aan vlieg ik over het fietspad. Het moet een vreemde gewaarwording zijn. Echte dames flaneren, ook op een fiets. Sinds tijden wordt ook de onderste helft van mijn longen voorzien van vers zuurstof. De stoplichten zorgen ervoor dat mijn fietstocht ongewild een interval-training wordt, maar vormen ook een dankbaar excuus voor als ik straks te laat kom. Een vervelende bijkomstigheid van al die stoplichten, helemaal als ze nét te dicht op elkaar staan, is dat andere fietsers die je net met hoge snelheid ingehaald hebt opeens weer naast je staan. Ik ben dan weer te braaf om de stoplichten slechts als een accessoire op mijn fietstocht te aanschouwen. Ik vind een bekeuring zonde van mijn geld en ik wil mijn kinderen graag zien opgroeien. Met Amsterdam laat ik ook de stoplichten achter mij. Ik zet nog een keer flink aan. Elke fietser dient als een rode lap. Mijn benen beginnen te branden, het zweet druipt overal van af, maar ik ga het halen! Nee, toch niet. Fashionably late stap ik bij de dokter binnen.

Bidbook WK Voetbal 2018 van Amsterdam naar Rotterdam

4 mei 2010

Een Amsterdamse delegatie, onder leiding van Hoofd Sport van de gemeente Amsterdam Henk Stokhof en oud-voetballer Theo van Duivenbode, heeft gisteren, in het kader van de 12 Stedentocht, het bidbook voor de organisatie van de WK 2018 naar Rotterdam gebracht.

Nadat op 1 mei het bidbook uit Enschede in de Amsterdam ArenA was aangekomen, reisde een Amsterdamse delegatie bestaande uit onder andere Hoofd Sport van de gemeente Amsterdam Henk Stokhof, oud-voetballer Theo van Duivenbode en Olympisch roeikampioene Kirsten van der Kolk per hogesnelheidstrein naar Rotterdam.

In alle vroegte vertrok de delegatie met Fyra vanuit Amsterdam Centraal. Op een comfortabele manier, verzorgd door NS Hispeed werd de afstand in slechts 43 minuten afgelegd. Voor deze manier van reizen is gekozen om te onderstrepen dat in het gezamenlijke bid van Nederland en België ook aan hoogwaardige en snelle verbindingen is gedacht voor bijvoorbeeld het vervoer van supporters en incentives.

Aangekomen in Rotterdam werd Amsterdam ontvangen door de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb. Op de Coolsingel werd het bidbook overhandigd door Henk Stokhof en Theo van Duivenbode aan de Rotterdamse burgemeester.

Op 14 mei zal The HollandBelgium Bid in Zürich in de gelegenheid worden gesteld de kandidatuur van Nederland en België officieel kenbaar te maken met de overhandiging van het bidbook aan FIFA-preses Joseph Blatter. Ambassadeur Ruud Gullit zal persoonlijk het bidbook aan Joseph Blatter overhandigen.

De FIFA neemt op 2 december 2010 een beslissing welke kandidaten de organisaties van de WK-toernooien in 2018 en 2022 toegewezen krijgen.

bron:www.thebid.org

 

PERSBERICHT 30 april

TOPSPORTERS MASSAAL VOOR OLYMPISCH PLAN 2028

Arnhem - Koninginnedag 2010 - Richard Krajicek, Esther Vergeer, Pieter van den Hoogenband, Yvonne van Gennip, Arnold Vanderlyde, Minke Booij, Mark Huizinga, Leontien van Moorsel, Erben Wennemars, Bas van de Goor en nog vele andere (oud)topsporters zetten zich vanaf vandaag, Koninginnedag 2010, massaal in voor het Olympisch Plan 2028. Ze vormen samen het ‘Topsportteam 2028’.

EEN BETER NEDERLAND DOOR DE KRACHT VAN SPORT Het ‘Topsportteam 2028’ is het team van topsporters, die een succesvolle sportcarrière achter zich hebben en zich actief gaan inzetten voor het realiseren van het Olympisch Plan 2028. Hiermee dragen ze de komende jaren bij aan een beter Nederland, waar de kracht van sport wordt benut om Nederlanders gezonder te maken en verschillende bevolkingsgroepen samen te brengen en met elkaar te verbinden. Ook is er een concreet plan van aanpak om meer grote evenementen naar Nederland te halen en de (top)sportcultuur in Nederland dusdanig te verbeteren dat we structureel bij de top 10 van de wereld gaan horen. Ruimtelijke plannen om de infrastructuur en bereikbaarheid van Nederland te verbeteren worden met het behulp van het plan versneld en de economie wordt verbeterd. Dit alles met de Olympische Spelen in 2028 als inspirerende stip op de horizon en katalysator. Het Olympisch Plan 2028 heeft sinds de zomer van 2009 een breed bestuurlijk draagvlak. Nu is de tijd aangebroken dat iedere Nederlander wordt betrokken bij het plan en persoonlijk het profijt gaat ervaren. Het Topsportteam 2028 zal hier een zeer belangrijke rol in gaan spelen.

TOPSPORTERS ALS VOORBEELD VAN DAADKRACHT Ivo Opstelten, voorzitter van Olympisch Vuur, de alliantie Olympisch Plan 2028, is blij met de massale steun die het plan krijgt van de (oud)topsporters: “Topsporters belichamen als geen ander de ‘kracht van sport’ en zijn een inspirerend voorbeeld voor hun omgeving. Het is fantastisch én essentieel dat Olympisch Vuur kan putten uit de unieke ervaring, expertise, wilskracht én daadkracht die (oud)topsporters eigen is en dat deze benut kan worden voor het realiseren van onze missie om heel Nederland ‘naar Olympisch niveau’ te brengen.” Op verzoek en in overleg met het Dagelijks Bestuur van de Council Olympisch Plan 2028 hebben Stephan Veen en Gerritjan Eggenkamp, zelf ook Olympisch Medaillewinnaars en lid van het Dagelijks Bestuur, een belangrijke rol gespeeld in het betrekken van de (oud)topsporters bij het ‘Topsportteam 2028’. In de toekomst zullen zij vanuit het Dagelijks Bestuur tevens de verbintenis gaan vormen richting het ‘Topsportteam 2028’: “Het is prachtig om te zien hoeveel enthousiasme er is bij de topsporters om persoonlijk een bijdrage te willen leveren aan de ambities van het Olympisch Plan 2028. Vanuit Olympisch Vuur zijn we dan ook bijzonder blij en vereerd dat deze toppers uit de Nederlandse sport zich hiervoor willen inzetten.”

DE OLYMPISCHE DROOM REALISEREN Mark Huizinga, Olympisch kampioen judo en lid van het Topsportteam 2028, ziet een parallel tussen zijn eigen leven en het Olympisch Plan 2028: “Toen ik acht jaar oud was, werd ik enorm geïnspireerd door de Olympische Spelen. Ik wilde een gouden medaille winnen op bijna iedere discipline die er bestaat. Dát is niet gelukt, maar uiteindelijk werd ik wél Olympisch kampioen judo. Dromen omzetten in ambities en er vervolgens keihard voor gaan… Hetzelfde geldt voor het Olympisch Plan 2028. Het begon ooit als een droom, maar ondertussen is het een hele concrete en goed onderbouwde ambitie. Ik vind het fantastisch dat ik, samen met vele anderen, mag werken aan de realisatie van een beter Nederland en misschien zelfs wel de Olympische Spelen in ons land.”

HEEL NEDERLAND NAAR 'OLYMPISCH NIVEAU' Het doel is om in 2016 al op Olympisch niveau te zijn. Als dat is gelukt en er genoeg draagvlak is, zal Nederland zich kandidaat stellen voor de Olympische Spelen van 2028. Een inspirerend perspectief, vooral voor de kinderen die nu geboren worden, ook wel ‘generatie 2028’ genoemd. Dit beaamt Minke Booij, Olympisch en Wereldkampioen Hockey en lid ‘Topsportteam 2028’: “Het zou geweldig zijn als we uiteindelijk het mooiste evenement van de wereld, de Olympische Spelen, in 2028 in Nederland mogen organiseren. Ik ben drie maanden geleden moeder geworden van Fedde. Wie weet schittert hij tegen die tijd wel op de spelen in ons eigen Nederland, dat zou toch geweldig zijn! Maar weet je wat nog veel mooier is? Door die inspirerende stip aan de horizon kunnen we van ons land een nog beter en fijner land maken om in te leven en daar hebben we echt allemaal wat aan. Ik heb mogen ervaren wat sport kan betekenen en dat gun ik iedereen.”

PROFIJT VOOR IEDEREN, NU EN IN DE TOEKOMST In principe bestaat het Topsportteam 2028 uitsluitend uit leden die hun topsportcarrière achter zich hebben. Dat geldt niet voor tennisster Esther Vergeer, die maar liefst vijf keer goud won op de Paralympische Spelen en regerend wereldkampioen is sinds 2000. Ook in Londen gaat zij weer voor het goud en toch wacht ze niet met “ja” zeggen tegen het ‘Topsportteam 2028’. “Sport geeft zelfvertrouwen, kracht , discipline en eigenwaarde. Wat zou het geweldig zij als we dit allemaal kunnen ervaren. Daarom zet ik me nu al in voor het Olympisch Plan 2028!”

AUSTRALIË GOED VOORBEELD! Bij de realisatie van het Olympisch Plan 2028 wordt er goed gekeken naar de steden en landen die ons voor zijn gegaan. Hier kunnen vaak waardevolle lessen uit getrokken worden. Voor Pieter van den Hoogenband, lid ‘Topsportteam 2028’ en drievoudig Olympisch kampioen, is Australië het grote voorbeeld: “Hun uitstekende sportresultaten zijn simpelweg het gevolg van uitgekiend beleid en harde keuzes. Dáár moet Nederland een voorbeeld aan nemen. Australië is onze 'benchmark'. We moeten heel grondig bestuderen wat zij goed doen, hoe hun beleid in elkaar steekt en dat doodgewoon zo goed mogelijk kopiëren. Dat kan, want Nederland en Australië hebben op veel vlakken overeenkomsten. Naast het inwonertal en het organisatievermogen is de vrije manier van denken ('No worries mate!') min of meer hetzelfde. Met de komst van de Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO's) hebben we een soortement van Institutes of Sports neergezet, dus de eerste stap is gezet. Nu komt het aan op het vervolg, want het traject dat Nederland richting 2028 wil afleggen, is al eens gedaan door Australië op weg naar Sydney 2000. De Aussies begonnen 24 jaar eerder zo ongeveer vanaf het nulpunt. Wij hebben nog achttien jaar te gaan en al een behoorlijke basis van de laatste vier Zomerspelen, waar we telkens rond de twintig medailles hebben gewonnen. Kortom: niets staat ons in de weg om Australië achterna te gaan!” (bron: Telesport)

De leden van het ‘Topsportteam 2028’ zullen regelmatig bij elkaar komen en verder individueel of in kleinere samenstellingen concreet gaan werken aan het realiseren van de ambities, Dit doen ze door mee te werken aan de uitvoering en verbetering van bestaande projecten of door het initiëren van nieuwe initiatieven, passend bij de eigen ervaring en expertise.

Het ‘Topsportteam 2028’ bestaat uit de volgende leden en zal de komende periode nog verder worden aangevuld: · Richard Krajicek · Esther Vergeer · Pieter van den Hoogenband · Yvonne van Gennip · Mark Huizinga · Leontien van Moorsel · Arnold Vanderleyde · Minke Booij · Erben Wennemars · Ellen van Langen · Trinko Keen · Danielle de Bruijn · Bas van de Goor · Kirsten van der Kolk · Floris-Jan Bovelander · Nienke Nijenhuis · Jochem Uytdehaage · Tineke Bartels · Nico Rienks · Deborah Gravenstijn · Nicole Bulk · Stephan van den Berg · Wietse van Alten · Chiel Warners · Saskia Mulder

Roeicultuur

dinsdag 6 april 2010

'Vroeger was alles beter'. Het is een dooddoener, maar voor de Skiffhead gaat het zeker op. Het aantal inschrijvingen is zo mager, dan enkele roeiers alleen maar de finish hoeven te hálen om hun blik in ontvangst te mogen nemen. Ik kan mij nog de enorme deelnemerslijsten herinneren, waarbij in de top 10 eindigen al een prestatie was. Nu hoor je dan bij de beste 50 procent. Dat de wedstrijd niet meer leeft, merkte je ook langs de kant. Terwijl ik naar de start fietste, duidde niets erop dat er elk moment een grote skiffwedstrijd van start zou gaan. Enig teken was de verlaten skippybal op het verder rimpelloze water. Aan de kant werd hardgelopen en gefietst. De meefietsende coach viel daartussen slechts op door het schreeuwen van aanmoedigingen. Even was er volop leven op het water. Ik hoop dat het tij voor de Skiffhead weer zal keren en dat roeiers de charme en de uitdaging van de Skiffhead inzien én aandurven. Want het uitblijven van inschrijvingen is terug te voeren op angst. De confrontatie met jezelf is immers eng. Maar die confrontatie te durven aangaan maakt je de ware topsporter. Hoe makkelijk is het niet om snel de veiligheid van de bosbaan op te zoeken, die 2km lange rechte bak met water. Ik heb mij hier zelf ook wel eens schuldig aangemaakt. Maar niet na meerdere Skiffhead starts en een Skiffhead overwinning.

Hoe anders was dat zaterdag bij de Boatrace. Jaloers heb ik gekeken hoe de BBC een hele (mid)dag uittrok voor het verslaan van een wedstrijd van twintig minuten tussen twee achten: Cambridge en Oxford. De oevers en bruggen van de Thames zagen zwart van de mensen. Meerdere reporters deden verslag van de laatste stand van zaken. We werden doodgegooid met weetjes en statistieken van deze oeroude wedstrijd. Als ware helden werden de roeiers één voor één aan het publiek gepresenteerd. Via een animatie kregen we een voorproefje van het wedstrijdtraject. En terwijl de twee boten de strijd met elkaar aangingen, voeren er nog een tiental boten achteraan. Steeds vanuit een ander perspectief kregen we de race te zien. Ik moet erkennen dat ik roeien soms ook wat saai vind om naar te kijken, maar deze twintig minuten waren echt zó voorbij. Konden we zoiets in Nederland ook maar voor elkaar krijgen……

 

Schrijven, schrijven, schrijven

dinsdag 16 maart 2010

Afgelopen week was een week van deadlines. Voor het Topsport Amsterdam Magazine schrijf ik elke keer drie artikelen. Het magazine verschijnt één keer per kwartaal en toch zit ik op de dag van de deadline nog druk te schrijven…..Natuurlijk heb ik wel verzachtende omstandigheden, namelijk dat ik mijn freelance activiteiten combineer met mijn baan bij de Johan Cruyff University en mijn kinderen. Maar die verzachtende omstandigheden zijn eigenlijk helemaal niet nodig. Stiekem is die druk van de deadline gewoon erg lekker. En de bevrediging van een artikel af ronden is erg groot, al blijft het wel rekken tot de laatste minuut om op de 'send' knop te drukken. Op een gegeven moment wordt het echter tijd om afscheid te nemen van je stuk en het in handen van de hoofd/eindredacteur te leggen. Van te vaak je eigen artikel herlezen, raak je leesblind.Van de ene deadline schoof ik door naar de volgende deadlines voor mijn roeiartikelen voor het Parool van zaterdag én van maandag. De ene avond al lekker wat zitten schrijven, maar zoals dat gaat als een verhaal zich ontwikkeld, ging het grootste deel daarvan een dag later alweer in de prullenbak. Aangezien het roeiseizoen nu van start is gegaan, zijn de deadlines nog niet voorbij. Ik ga meteen door voor de Head of the River.

Maar naast alle deadlines kon ik deze week ook het resultaat bewonderen van een interview dat niet zonder bloed, zweet en tranen tot stand is gekomen: mijn interview met Jochem Uytdehaage! Deze week vond in Gassan Diamonds de presentatie van Helden 4 plaats. Een geweldig mooie sportglossy. Ik ben dan ook heel erg trots dat ik van Frits Barend deze kans heb gekregen en dat ik het waar heb weten te maken. We bezinnen ons nu op welke gestopte topsporter ik voor de volgende editie ga interviewen.

Wakker worden

dinsdag 9 maart 2010

Fris stond ik vanmorgen naast mijn bed. Dacht ik. Vervolgens strooi ik de cornflakes in mijn thee. Kan gebeuren. Niets beter dan de ochtend beginnen met een goede grap! Onder het genot van een fris lentezonnetje stap ik op de fiets, ipod op mijn oren. Nog geïnspireerd door de winterspelen luister ik naar Mika. Mijn eigen Olympische muziek. Nummer 5 (Relax! It's easy) was hét nummer waarmee ik voor de wedstrijd in een flow kon komen. Met de zon op mijn gezicht fiets ik Zwanenburg uit en laat mijn gedachten de vrije loop. Ik probeer in te schatten waar ik zal fietsen als ik bij nummer 5 ben. Opeens besef ik echter dat ik mijn favoriete nummer gemist heb. Dé reden dat ik deze cd opzette en ik heb het hele nummer gewoon niet gehoord! Wakker geschud fiets ik door. Dacht ik. Gelukkig fiets ik nog wel de goede route. Dat is mij in het verleden ook wel eens gebeurd: dat ik naar de universiteit moest en plots naar de roeivereniging aan het fietsen was! Ik kan het niet helpen dat mijn gedachten toch weer afdwalen. Maar dat vind ik niet erg. Daarom is fietsen leuk. En opeens ben je op je bestemming. In gedachten verzonken loop ik de lift in en vergeet prompt op het knopje te drukken. Als klap op de vuurpijl loop ik op mijn verdieping aangekomen de verkeerde kant op. Hoe erg kan het op een ochtend worden? Tijd om mij nu echt onder de wakkeren te begeven. Ik kijk uit naar het moment dat Dite lekker doorslaapt 's nachts..

Vertrouwen

zaterdag 27 februari 2010

"Er ligt voor Nederland nog een gouden medaille te wachten" stond er in de krant. Was het maar zo makkelijk. Topsport kent geen garanties. Maar Sven is onze garantie, blijkt wel uit de uitspraak van Kemkers:"Ik heb medelijden met de jongens die in de ploegenachtervolging achter hem (Sven) aan moeten rijden." Ik had ook medelijden met ze. Het vertrouwen in hen stráált ervan af. Geworden tot marionetten in de grote Sven-show. Meteen na het falende optreden kregen we Sven alleen voor de microfoon, waar de vrouwen netjes met zijn drieën kwamen. Hoe hoog 'we' Sven hebben zitten bleek wel uit de vraag hoe het was om "op drie afstanden de beste te zijn en maar één gouden medaille te hebben?". De arrogantie van schaatsend Nederland. Schromelijke zelfoverschatting. Snel schakelde ik naar teletekst. Ze hadden toch verloren, of had ik het niet goed gezien? Ze waren toch niet de snelste? Sven was toch niet de beste op deze afstand? De ploegenachtervolging win je niet op individuele kwaliteiten maar op gezamenlijke kwaliteiten. Natuurlijk waren er ook schuldigen, maar niet Sven. Want Sven is de snelste. Het zwarte pieten kon beginnen. Ze verloren omdat er iets niet goed ging in de communicatie. Wordt wakker! De Amerikanen waren gewoon sneller. Zelfs de commentator riep tijdens de rit van de Amerikanen uit: zo'n snelle ronde heeft nog niemand hier gereden! Ronde na ronde liepen de verschillen met Nederland op. Dan is er meer aan de hand dan een communicatieprobleempje. Misschien een vertrouwensprobleempje?

Shock

woensdag 24 februari 2010

Niemand twijfelde. Zelfs toen Lee een Olympisch record reed, wisten we dat Sven nog wel sneller zou rijden. Hoe hard kan topsport zijn. Op ieders lippen brandde de vraag: hoe kon dit gebeuren? Sven stond klaar om antwoord te geven. Vandaag heb ik nog een arsenaal visies en meningen de revue horen passeren. Alle kenners zijn van stal gehaald. Toch zal het het langste in zijn hoofd blijven malen. Je vergeet bijna de beelden van de vreugde van het eerste goud. Het beeld van een rationele, tranen wegslikkende, Kramer blijft hangen. Wat had ik met hem te doen. En met zijn coach. Ronduit stuitend was echter de Svenenergy-reclame van Essent meteen na dit schaatsblok. Eerst juichende en dan teleurgestelde mensen met de tekst "Helaas, Sven heeft geen medaille gewonnen". Lekkere sponsor. Nog in shock bereikte ons het nieuws dat de viermansbob zich terugtrok. Ik wist niet wat ik hoorde. Omdat de stuurman Edwin van Calker niet meer durft. Je traint dus al die jaren om op het Olympisch podium te excelleren. Er zijn tonnen geïnvesteerd en op het moment supreme durft hij niet meer! En iedereen in de bob is vervangbaar, behalve de stuurman. Wat een impact. Je laat de droom van teamgenoten vervliegen. Teamgenoten die nog geen afdaling gemaakt hebben. Vreselijk. Ik zou hem een schop onder zijn kont willen geven. Dit doe je je teamgenoten gewoon niet aan. Echt lekker slapen deed ik niet meer. Hij ook niet, gok ik maar.

Dagprogramma

dinsdag 23 februari

Na een nacht vol dromen over de Olympische Winterspelen, omdat ik mijn ogen weer eens niet open wist te houden, begint mijn dag met een blik op teletekst. Vervolgens schuif ik door naar de bank. Op mijn vrije dag wil ik ongegeneerd genieten van alle sporten die de Winterspelen mij te bieden hebben. Ik kom echter van een koude kermis thuis. 's Ochtends wordt in twee uur het complete Olympische nachtprogramma afgewerkt. Vanachter een statafel in een kille studio praat een presentator mij droogjes bij over het wel en wee van de Nederlandse schaatsers. En oh ja er deden ook nog andere Nederlandse atleten mee. Een interviewtje kan er nog net van af. In het laatste half uur krijgen we middels vlot gemonteerde hoogtepunten te zien dat de Winterspelen meer behelst dan schaatsen alleen. Om 9 uur wordt ik ruw uit mijn Olympische droom gehaald en opgeroepen met mijn luie kont van de bank te komen, want: Nederland komt in beweging! Snel zapp ik weg naar Eurosport. Daar wordt ik gefêteerd op een volledig Olympisch programma. Met de voeten op tafel zie ik de ene na de andere skiër naar beneden suizen en de snowboarders hun salto's maken. Maar rond het middaguur kan ik de rotsmak van Pearson wel dromen. Na de zoveelste herhaling weet ik het wel. Is er dan echt niet meer? Terugschakelen naar de NOS heeft ook geen zin. Als er al sport is, is het meer van hetzelfde. Ik weet dat de Olympische Winterspelen het kleine broertjes van de Zomerspelen is, maar er is toch wel een dagvullend programma? Of heeft de recessie zodanig toegeslagen in televisieland dat we nog slechts een nachtvullend programma voorgeschoteld krijgen?

Stefan

vrijdag 19 febrauri 2010

Wat een afgrijselijke ervaring om naar Stefan Groothuis te kijken én te luisteren. Wat een sjagerijn. Géén reclame voor de sport. Mijn sympathie is hij verloren. De vierde plek op de Spelen is inderdaad de meest ondankbare plaats, maar met Stefan heb ik terstond geen medelijden. Helemaal niet als ik naar zijn interview luister: "….Ik ben er van overtuigd dat er meer in had gezeten. Niet vandaag, maar als ik een betere voorbereiding had gehad…" Ik krijg spontaan een allergische reactie. Marit en ik weigerden altijd onze fysieke malaise met de pers te delen. We wilden afgerekend worden op onze sportieve prestaties en niet met excuses voor tegenvallende prestaties komen. Dit was een van de redenen waarom wij reeds de avond voor onze Olympische finale ons jaar evalueerden; de uislag van de finale zou onze evaluatie maar kleuren. Stefan is niet vierde geworden als gevolg van de fysieke effecten van de luchtweginfectie, zoals hij zichzelf laat geloven. Een antibioticakuur beïnvloedt niet je conditie en voor 1min10 heb je je longen amper nodig. Bovendien geloof ik niet in het acuut verdwijnen van 'vorm'. Stefan is vierde geworden door de mentale effecten van zijn luchtweginfectie. Hij geloofde niet meer in zijn optimale voorbereiding en was daardoor bij voorbaat verloren. Ook al liet hij zichzelf geloven er helemaal voor te gaan, in dat kleine hoekje in zijn achterhoofd knaagde de twijfel. En dan heb je als sporter bij voorbaat al verloren.

Sneeuw

dinsdag 16 februari 2010

"oh nee, niet weer" Is het eerste wat ik denk als ik de gordijnen open doe. Een prachtig witte wereld, maar wel één waar ik op mijn fiets doorheen moet. In mijn ooghoeken lonkt de autosleutel. In de tuin staat mijn fiets geduldig te wachten. Na enig gedraal stap ik met lichte tegenzin op de fiets. Niet voordat ik mij stevig heb ingepakt met muts, shawl en handschoenen. Ineengedoken fiets ik door de polder. De snijdende wind laat mijn shawl aanvoelen als gatenkaas. Zo snel mogelijk de stad in. Langs de sloterplas en door het rembrandpark. Het valt mij op hoe weinig hardlopers ik onderweg tegenkom. In het vondelpark zie ik in de verte één hardloper. Haar bewegingsritme ligt niet hoog. Ik volg haar spoor door de sneeuw. Als ik dichterbij kom blijft mijn blik rusten op haar blote, knalrode benen. Onbewust beweeg ik mijn eigen vingers en tenen en voel ik hoe koud ze zijn. Desondanks staat het zweet op mijn rug. En niet alleen vanwege de adrenaline die elke bocht weer door mijn lichaam giert. Ik moet stevig doortrappen tegen de wind in. Net als een nieuwe sneeuwbui zich over mij wil uitstorten, bereik ik eindelijk de fietsenstalling. Opgelucht zet ik mijn fiets op slot. Terwijl ik de lift in loop, kijk ik in een gezicht met waterige ogen en hoogrode wangen. Míjn gezicht. Fietsen is goed voor je conditie, maar dodelijk voor je uiterlijk!

Tranen

zaterdag 13 februari 2010

Het wordt tijd dat de Winterspelen beginnen. Laat Sven Kramer in godsnaam goud winnen. Er gaat geen dag voorbij of ik lees een interview met Sven; als klap op de vuurpijl nu ook exclusief in Veronica magazine! Het lijkt alsof de Olympische equipe uit Sven bestaat. Natuurlijk, de onoverwinnelijkheid die hij al jaren ten toon spreidt is imponerend. Ik geloof in zijn aanpak, het was ook de onze. Maar: die professionele aanpak is saai. Ondanks zijn guitige ogen, is Sven saai. Ik wil heldendaden, emoties. Die gecultiveerde zelfprotectie is voer voor de massa die vals koketteert met underdog. Ik ben stiekem benieuwd naar het geheime wapen van Bob de Jong of de veerkracht van Bokko of Fabrice. Na een zwaar gevecht, man tegen man, waarbij Sven zich letterlijk het snot voor de ogen heeft geschaatst, mag hij winnen, moet hij winnen. Maar dan wil ik níet van de commentator horen hoe Sven zich het laatste rondje heeft ingehouden, omdat hij een paar dagen later de 1500m moet schaatsen. Ik wil Sven uitgeput over de finish zien komen. Hem met tranen in zijn ogen op zijn knieën zien vallen. De ijsvloer kussen. Volledig door het dolle de tribune op zien rennen. Weg is de frustratie van het zilver in Turijn. Slikken moet hij bij de klanken van het volkslied. Laat hem nog vol van adrenaline een interview geven. Alle remmen los. Niet nadenken, antwoorden wat in hem opkomt. Spontaniteit, emotie! Dat is de Sven die ik wil zien.

 

Overleven

donderdag 11 febrauri 2010 (geschreven 3 februari)

Tijdens de Olympische Spelen van Beijing heb ik nog pakjes geruild met Marianne Vos. In grootse visioenen zag ik mijzelf in haar fietspak over de weg flitsen. Toch denk ik dat haar pak onaangeroerd in mijn la blijft liggen. Ik zou me maar opgelaten voelen. Ik doe mijn best net zo makkelijk als Marianne over een glibberig parcours te fietsen, maar er schuilt duidelijk geen talent in mij. Na de urenlange regen van gister, waarmee alle sneeuw wel weggespoeld zou zijn, en de optimistische weerberichten tijdens het ochtendjournaal, durfde ik het vanmorgen aan op de fiets naar mijn werk te gaan. Niet zo'n snel geval als waar Marianne op fietst, maar een "gewone" stadfiets met 7 versnellingen. Ik had de -ijdele- hoop dat de gladde wegen slechts tot de grens van Amsterdam zouden reiken. In een stad is het immers altijd een paar graden warmer dan in de polder. Kunstmatig ontspannen zat ik op de fiets. Alles om maar niet te vallen. Mijn fietstocht werd een ware belevenis. Een paar keer slipte mijn wiel, maar ik wist nog net overeind te blijven. Vol verwondering keek ik echter om mij heen: moeders met twee kinderen die glibberend het bruggetje over fietsten en fietsers met een hand aan het stuur en een mobiel aan het oor. Zelfs op de ijsvlakte waar ik schuifelend naast mijn fiets liep, werd ik hard voorbij gefietst. Langzaam naderde ik mijn doel. Snelle tijden heb ik maar even uit mijn hoofd gezet. Het belangrijkste is dat ik op mijn werk ben gekomen. En dat ik het heb overleefd.

 

Wennen

zondag 31 januari 2010

Vandaag is de laatste dag van mijn zwangerschapsverlof. Morgen stap ik weer op mijn fiets naar 'de andere kant van Amsterdam'. Aangezien ik de afgelopen maanden weinig sportactiviteiten ondernomen heb, wordt deze fietstocht meteen een conditietest. In de laatste maanden van mijn zwangerschap was de benodigde tijd voor mijn woon-werk verkeer al met zo'n tien minuten opgelopen. Binnen het uur op mijn werk aankomen werd een zeldzaamheid, als ik de rit al in één keer wist te volbrengen. Niet zelden was ik onderweg bijna wanhopig op zoek naar een toilet. Ik hoop morgen mijn rit in één keer binnen 55 minuten af te leggen. (Ook al ben ik tegenwoordig officieel EX-topsporter, de topsport-eigenschappen blijven.) Het enige dat mijn doelstelling kan beïnvloeden is het weer. Mijn interesse in de weerberichten is de afgelopen dagen dan ook in rap tempo toegenomen. Ik vrees vooral ijzel (of aangevroren sneeuw). Sinds ik tijdens het trainingskamp in de Sierra Nevada in 2008 met hoge snelheid van mijn fiets gedonderd ben, heb ik angst om te vallen. Voor alle andere weertypen heb ik de nodige beschermende artikelen, niet charmant maar wel effectief, maar ijzel….daar doe je weinig tegen.

Ik kijk er naar uit om weer te fietsen. Zo vang je twee vliegen in één klap: je komt op een zeer milieuvriendelijke manier op de plek van je bestemming én je bouwt je conditie weer op! Stiekem zal ik af en toe zelfs weer mijn hartslagmeter om doen. Ik kijk er alleen nog niet naar uit om weer aan het werk te gaan. Dat heeft niets te maken met mijn werk bij de JCU, want ik ga de functie van stagecoördinator overnemen, maar meer met het feit dat Dite vanaf morgen naar de crèche gaat. Ik ben een groot voorstander van de crèche, maar een babytje van drie maanden is toch nog wel erg klein. Tegen mijn eigen verwachting in, blijk ik erg aan het idee te moeten wennen dat Dite vanaf morgen door anderen verzorgd zal worden. Op het laatste moment heb ik het aantal crèchedagen tot twee teruggeschroefd. Ik denk dat de wendagen op de crèche dan ook meer voor de moeder dan voor de baby bedoeld zijn.

 

De concurrentie van een knuist

woensdag 13 januari 2010

Het is zo cliché, maar wat gaat het snel! En ook zo cliché, elk kind is anders. Voor ons was Nike tot nu toe de norm. Met Dite moeten we weer opnieuw op ontdekkingstocht. Zo bleek al snel dat Dite té geinteresseerd is in haar omgeving en overdag daardoor te weinig sliep. Gevolg: een heel onrustig, moe, huilerig kindje. Voortdurend zaten we met de pink in de mond te sussen. De oplossing kwam met bakeren. In een paar dagen hadden we een compleet ander kind: ze sliep eindelijk in haar eigen bedje en als ze wakker was/is, is ze rustig en vrolijk. Ondertussen is Dite alweer 10 weken oud en ze ontwikkelt zich snel. Niet alleen in lengte en breedte. De pasgeboren baby-look is al lang verdwenen. Ze is nu op en top baby en aanwezig. Niets ontgaat haar. Haar hoofd gaat alle kanten op om maar niets te missen. Ze beantwoord je aandacht met een grote tandeloze lach en gaat graag een gesprekje met je aan. Het is een levendig, gezellig gesprek met veel oeh's, aah's, eeh's en andere kreetjes en gilletjes, maar de echte betekenis zal mij vast later duidelijk worden. Ze heeft in ieder geval slim ontdekt hoe ze alle aandacht naar zich toe kan trekken. Na de ontwikkeling van een glimlach naar de uitbundige lach, kwam de ontdekking van haar handjes. Wat kan een baby gefascineerd naar haar eigen handen kijken. Wonderlijk. Inmiddels heeft ze ook ontdekt dat die handjes in haar mond kunnen. Tot nu toe had mijn borst alleenrecht op die mond (we doen niet aan spenen e.d.). Terwijl ik Dite dus 's avonds nog probeer vol te stoppen met moedermelk zodat onze kans op een ongestoorde nacht vergoot wordt, krijgt mijn borst concurrentie van een knuist. Of eigenlijk twee. Zo wordt voeden een ware strijd. Gelukkig heb ik één voordeel: bij mij komt er melk uit!

 

 

Foto United photos/Ade Johnson
Foto: Sebastiaan Heus


Foto: Hans Thé, Visagie: Petra Neumann


Foto: Hans Thé, Visagie: Petra Neumann